Den Haag moet een stad zijn die bruist. Een aantrekkelijke stad trekt immers toeristen, die voor ondernemers geld in het laatje brengen en zorgen voor werkgelegenheid. Maar niemand wil ‘Amsterdamse toestanden’, zoals drukte, vervuiling en verdringing die ‘overtoerisme’ daar met zich meebrengt. Hoe kan Den Haag er voor zorgen dat de stad niet aan zijn eigen succes ten onder gaat?

Dat is de centrale vraag deze woensdagmiddag tijdens een commissievergadering van de Haagse gemeenteraad. De politici debatteren over de balans tussen de kosten en baten; de lusten en lasten.

Den Haag moet dé toeristenhoofdstad van Nederland zijn, zo luidt het credo verantwoordelijk wethouder Richard de Mos. De ambitie is om de komende jaren minimaal zeven procent per jaar te groeien qua bestedingen van toeristen. Deze groei moet voortkomen uit een groei van het aantal hotelovernachtingen met vijf procent per jaar. Om dit mogelijk te maken, moet het Haagse hotelaanbod de komende jaren een inhaalslag maken. Dit is ook nodig om met andere steden te kunnen blijven concurreren. Nieuwe hotelinitiatieven zijn dan ook welkom in de stad, zo stelt het stadsbestuur onder leiding van de coalitie van Hart voor Den Haag/Groep de Mos, VVD, D66 en GroenLinks.

Hart voor Den Haag: Oranjemuseum in Museumkwartier

De Haagse politiek ziet veel kansen voor de stad. Zo moet het aanbod van het Museumkwartier (rond het Lange Voorhout) worden vergroot, vindt gemeenteraadslid Ralf Sluijs van Hart voor Den Haag/Groep de Mos. ‘De koninklijke identiteit van onze stad kan daarbij een belangrijke rol spelen en past binnen de pijler koninklijke stad. Wij hebben al eerder gevraagd naar de mogelijkheid voor een Oranjemuseum in het Paleis Lange Voorhout. Zeker nu Escher op termijn verhuist, kunnen we deze unieke kans niet laten liggen. Het voormalig koninklijk paleis is de uitgelezen plek voor het Oranjemuseum en een royale toevoeging aan het Museumkwartier.’

Via Omroep West

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in